Extreme gebeurtenissen

Extreme gebeurtenissen hebben binnen de normaalverdeling een zeer progressief afnemende kans en dat houdt het gevaar in dat deze gebeurtenissen kunnen worden genegeerd. Dit aspect verdient aandacht bij het interpreteren van de resultaten; – Bij het benoemen van risicobeheersmaatregelen is een bekende valkuil dat meer aandacht wordt besteed aan het tot 0 reduceren flexplek huren groningen van een klein risico dan aan het gedeeltelijk beperken van een groot risico; HOOFDSTUK 6 – SPECIALE ONDERWERPEN 167 – Bij het schatten van risico’s worden soms extreme gebeurtenissen als basis genomen. Extreme gebeurtenissen worden zelden gevolgd door nieuwe exterme gebeurtenissen; – Soms is men geneigd meer waarde toe te kennen aan risicoanalyses met veel detail. Veel detail gaat echter gepaard met flexplek huren leeuwarden een grotere kans op fouten en het niet meer kunnen plaatsen van de resultaten. Minder detail is vaak voldoende. 6.4 Projectfinanciering en de cash flow waterfall Voor het financieren van projecten zijn er twee alternatieven. Het eerste alternatief is een project via een bedrijfsfinanciering te financieren. Hoewel de term breder is wordt term corporate finance aan deze vorm van financiering verbonden. Bij deze vorm van financiering wordt de gehele balans van een bedrijf beoordeeld en staat een bedrijf of instelling met al zijn activa en cash flows garant voor de leningen. De term recourse flexplek huren amsterdam wordt in dit verband gebruikt. De beoordeling van kredietwaardigheid en het structureren van de lening zijn niet alleen gebaseerd op de kenmerken van het project maar ook op de kredietwaardigheid, balanspositie, solvabiliteit en winstgevendheid van het bedrijf of de instelling. Het tweede alternatief is projectfinanciering. Hierbij wordt een project afzonderlijk beoordeeld op zijn kredietwaardigheid. Vaak wordt een project ondergebracht in een nieuwe entiteit flexplek huren schiphol en rechtsvorm. Hiervoor wordt de term Special Purpose Verhicle (SPV) gebruikt. Bij projectfinanciering bestaat er een scheiding tussen de aandeelhouders -het bedrijf, of een samenwerking van bedrijven en instellingen- en de SPV. De verstrekkers van financiering hebben geen, of slechts een beperkte, claim op het bedrijf. De financieringen zijn nonrecourse. De kasstromen van het project zelf en de zekerheden die het project biedt vormen de basis voor het structureren van de financiering. De verplichtingen die voortkomen uit de financiering van een project moeten door de kasstromen en activa van een project zelf gedekt worden. Projectfinanciering is het financieel structureren van een SPV door middel van een stelsel van leningen en eigen vermogen waarbij uitsluitend de kasstromen van het project de verplichtingen van de financiering dekken en waarbij de activa van het project als onderpand dienen. Projectfinanciering werd eerst toegepast in de private sector maar heeft een hoge vlucht genomen bij het financieren van Publiek-Private Projecten (PPS) vanaf de jaren 90 van de vorige eeuw. De belangrijkste kenmerken van projectfinanciering zijn: – Het project wordt ondergebracht in een SPV die financieel en juridisch onafhankelijk is van de aandeelhouders; De aandeelhouders zelf zijn slechts in beperkte mate (of helemaal niet) aansprakelijk voor de verplichtingen voortkomend uit financiering. De betrokkenheid van de aandeelhouders is verder beperkt in tijd (de duur van het project), in geld (bijdrage van eigen vermogen) en in het managen van het project; Dat betekent dat de risico’s van een project op een andere manier benaderd worden en dat de allocatie van risico’s een belangrijk onderdeel van het financieringsvraagstuk wordt. Een van de doelen van projectfinanciering is de risico’s onder te brengen bij de partijen die deze het beste kunnen beheersen, dragen en managen;

Real Option Analysis (ROA)

De Discounted Cash Flow methode (DCF-methode) is een zeer bruikbare en gevestigde techniek voor het onderbouwen van investeringsbeslissingen. Er kleven echter een aantal beperkingen aan flexplek huren groningen de DCF-methode: – De DCF-methode is deterministisch. De verwachte toekomstige kasstromen van een investering worden volgens het beste inzicht in beeld gebracht en vervolgens tegen een discontovoet contant gemaakt. De uitkomst is het product van de veronderstellingen. In werkelijkheid zijn de kasstromen van een investering echter niet deterministisch maar door de onzekerheid over de toekomst zijn ze stochastisch. De DCF-methode houdt daar geen rekening mee. Technieken als scenarioanalyse flexplek huren leeuwarden (in zijn meest extreme vorm uitgewerkt in Monte Carlo Analyse) en gevoeligheidsanalyse geven wel inzicht in de risico’s, maar zijn binnen de DCF-methode allen gebaseerd op een vaststaand pad; De DCF-methode veronderstelt een vast pad gedurende de beschouwingsperiode. Er wordt geen rekening gehouden met flexibiliteit: de mogelijkheid om een project bij te sturen of de aard van het project te veranderen. Gedurende de looptij d van een project kunnen allerlei onvoorziene gebeurtenissen optreden waarop met beslissingen kan worden gereageerd: (een deel van) het project flexplek huren amsterdam kan worden uitgesteld, men kan besluiten de functiemix te wijzigen, het volume van het project te wijzigen, te stoppen en te verkopen tegen restwaarde, het project in fasen te beschouwen en pas over te gaan tot de volgende fase als de omstandigheden gunstig zijn. Kortom: talloze beslissingen zijn mogelijk. Met deze mogelijkheden houdt de DCF-methode geen rekening. Zo zal een DCF-benadering van een gefaseerd project er vanuit gaan dat de volgende fase wel op een vooraf bepaald moment wordt uitgevoerd. Er is geen theoretische basis voor het bepalen van de te hanteren discontovoet bij DCF. Die is afhankelijk van de visie en de doelstelling van de investeerder. Wel is er consensus over dat in de meeste gevallen het risico op enigerlei wijze in de discontovoet tot uiting zal worden gebracht. Investeringen met een hoger risico hebben een hogere flexplek huren schiphol discontovoet wat tot gevolg heeft dat zowel opwaartse als neerwaartse potentie op dezelfde manier verdisconteerd wordt en dat opwaartse potentie mogelijk ondergewaardeerd wordt. Deze beperkingen van de DCF-methode kunnen bij projecten met een lange levensduur, met grote risico’s en met flexibiliteit leiden tot onderwaardering en bijgevolg tot een negatieve invloed op de investeringsbeslissing. Wij behandelen twee methoden die dit probleem ondervangen. Beide methoden zijn geen vervanging van de DCF-methode maar uitbreidingen op deze methode. De methoden die wij behandelen zijn Decision Tree Analysis (DTA) en Real Option Analysis (ROA). Decision Tree Analysis, DTA Wij geven eerst een eenvoudig voorbeeld om het verschil in benadering duidelijk te maken. Stel we kunnen een investering doen van 100 (prijspeil heden, t=O). De markt is volatiel en de (contante) waarde van de investering kan bij een opgaande markt 1 20 en bij een neergaande markt 80 zijn over 1 jaar (t=l). We schatten de kans op een opgaande markt op 60% en dus 40% op een neergaande markt. In plaats van de investering nu te doen, hebben we flexibiliteit om de investering 1 jaar uit te stellen. Het te investeren bedrag stijgt jaarlijks met 8,0% en we gebruiken een discontovoet van 8,0%.

De residuele grondwaarde

Afgezien van de afspraken die we maken stellen we wel wat zaken voorop: – We berekenen eerst de residuele grondwaarde bij oplevering; – Indien over de periode tussen uitgifte en oplevering rente over de grond moet worden betaald, dan verminderen we de residuele grondwaarde bij oplevering flexplek huren groningen met die kosten en krijgen zo de residuele grondwaarde bij start bouw. Hoe gevoelig de residuele grondwaarde methodiek is voor aannamen en afspraken laten we zien in figuur 5.3. We berekenen de residuele grondwaarde bij oplevering en bij start bouw van een huurobject. Voor de indexering en de berekening van de rente flexplek huren leeuwarden (de eindwaarde berekening) passen we dezelfde principes toe als beschreven in hoofdstuk 4 bij de eenvoudige stichtingskostenberekening. De gegevens van ons object zijn: het BVO is 1 .000, de vormfactor 0,8. De huur op prijspeil is 180 per vierkante meter VVO. Het BAR is 7, 5%. De voorbereidingstijd is 12 maanden, de bouwperiode 24 maanden. De huurindex is 2, 5% per jaar, kosten stijgen flexplek huren amsterdam met een index van 2,0% per jaar. De bouwkosten zijn 900 per vierkante meter BVO, bijkomende kosten bedragen 18% van de bouwkosten. De rente op bouwkosten en grond is 6,0% per jaar. + Waarde object  FIGUUR 5.3: BEREKENING RESIDUELE GRONDWAARDE BIJ VERSCHILLENDE AANNAMEN AK HOOFDSTUK 5 – GRONDEXPLOITATIE 119 De algemene kosten (AK) bedragen 5,0% . Winst en risico is gesteld op 10% van flexplek huren schiphol de netto opbrengsten. Alle bedragen zijn exclusief BTW en prijspeil heden. In de eerste kolom wordt de AK berekend over een grondslag van bouwkosten en bijkomende kosten, in de tweede kolom rekenen we AK over de bouwkosten plus bijkomende kosten plus de grond. In de derde kolom tenslotte berekenen we de AK over de netto omzet, de waarde van het object. Het percentage AK is in alle berekeningen hetzelfde (5,0% ). Omdat de grondslag varieert is het bedrag aan AK verschillend en dit leidt tot verschillende residuele grondwaarden. Bij residuele berekeningen die als grondslag dienen voor contractvorming moeten nauwkeurige afspraken gemaakt worden over de methodiek, de grondslagen, de parameters en definities.

Rekentechnisch gezien

Rekentechnisch gezien kenmerkt zich deze fase vooral door het bewaken van opgestelde gedetailleerde budgetten en planningen. De in dit boek beschreven rekenmethodieken richten zich vooral op de eerdere twee fasen maar kunnen net zo goed toegepast worden in het detailniveau dat in deze fase noodzakelijk is. Ook komt het voor dat in de realisatiefase mogelijkheden tot bijsturen zijn ingebouwd in de vorm van opties zoals een optie tot uitstel, een optie tot (gedeeltelijk) stoppen of een optie om het programma aan te passen. Het waarderen van dergelijke opties is dan een belangrijke onderlegger voor het nemen van beslissingen tijdens dit proces. De berekening van de waarde van opties komt in hoofdlijnen aan de orde in hoofdstuk 6 van dit boek. De exploitatiefase Deze fase hebben wij uitgebreid behandeld in het vorige hoofdstuk. Veelal heeft in deze fase al overdracht van het vastgoed plaatsgevonden en is de rol van de projectontwikkelaar uitgespeeld. Gedurende die goedkoop kantoor huren groningen periode kunnen voor de ontwikkelaar echter wel verplichtingen bestaan zoals huurgaranties of garanties op de bouwtechnische staat. In Nederland is het, in tegenstelling tot de Angelsaksische markt, niet gebruikelijk dat de ontwikkelaar het gebouw zelf in exploitatie neemt maar het komt, al dan niet tijdelijk, wel voor. Het kan goedkoop kantoor huren leeuwarden zijn dat een ontwikkelaar het vastgoed overdraagt aan de beleggingstak van zijn bedrijf. Dat is in onze optiek niet anders dan een overdracht aan een externe belegger. Tenslotte komt het ook voor dat een ontwikkelaar in het kader van (publiek)-private samenwerkingsverbanden langdurige verplichten en/of rechten heeft. Een geïntegreerd contract voor een gebouw of gebied (DBFMO) heeft mogelijk tot gevolg dat een ontwikkelaar ook verantwoordelijk is voor het beheer van een gebouw of gebied. Projectontwikkeling kan zich uitstrekken over alle fasen van het vastgoedontwikkelingsproces: als een projectontwikkelaar de grond bouwrijp maakt, dan treedt hij op goedkoop kantoor huren amsterdam in de rol van grondexploitant. Neemt een ontwikkelaar een object (tijdelijk) in exploitatie, dan treedt hij op in de rol van belegger. 94 INVESTEREN IN VASTGOED, GROND EN GEBIEDEN In dit hoofdstuk bakenen we de rol van de projectontwikkelaar af tot de rol van vastgoedontwikkelaar. Het proces begint met de interne of externe inkoop van bouwrijpe grond en eindigt als het vastgoed goedkoop kantoor huren schiphol volledig verkocht is aan een particulier of belegger. Treedt een projectontwikkelaar ook in de andere rollen op dan gelden voor hem dezelfde principes als beschreven in hoofdstuk 3 voor vastgoedexploitatie en in hoofdstuk 5 voor grondexploitatie. Kosten die in de voorbereiding van de vastgoedontwikkeling worden gemaakt worden in opslagen als AK verrekend op het moment van afname van de bouwrijpe grond. De start bouw valt samen met dit moment. Deze theoretische afbakening is nodig om onze benaderingen en berekeningen zuiver te houden.

De volatiliteit

De volatiliteit de in jaarrendementen komt voornamelijk voor rekening van het indirect HOOFDSTUK 3 – VASTGOEDEXPLOITATIE: GEBRUIKEN EN BELEGGEN 75 rendement, de waardegroei. Directe rendementen zijn relatief stabiel, maar nemen na een jaar van excessieve waardegroei af omdat het direct rendement over een hogere basis wordt berekend. Woningen hebben gemiddeld het laagste directe rendement: 4,8%, het hoogste gemiddelde directe rendement halen bedrijfsruimten: 8,6%. Kantoren en winkels zitten daar tussen in met gemiddeld circa 7,5 %. Het lage directe rendement klopt met de aanname die we eerder over het BAR opnamen: een laag BAR veronderstelt dat we veel rendement uit de waardegroei moet halen. Op dezelfde manier impliceert het hoge directe rendement van goedkoop kantoor huren groningen bedrijfsruimten een hoger BAR. Direct Indirect TRR FIGUUR 3.15: GEMIDDELDE DIRECTE EN INDIRECTE RENDEMENTEN PERIODE 1 995-2008, BRON ROZ-IPD Nominaal versus reëel rendement Vastgoedberekeningen zijn veelal gebaseerd op nominale kasstromen en nominale rendementen. Dat betekent dat de factor geldontwaarding als gevolg van inflatie onderdeel uitmaakt van kasstromen en de berekende of geëiste rendementen. Een alternatief is reëel rekenen. Dat betekent dat we alle kasstromen moeten corrigeren goedkoop kantoor huren leeuwarden met de (gemiddelde) inflatie en we rekenen met reële rendementen. Dat kan ingewikkeld zijn. Berekende nominale rendementen (rN) kunnen we, gegeven een gemiddelde inflatie van i, eenvoudig terugrekenen tot reële rendementen (rR) door gebruik te maken van de vergelijking: l+rN r =—1 R l+ i Uit de vergelijking is af te leiden dat het reële rendement gelijk is aan nul als de nominale rente gelijk is aan de inflatie. Is de nominale rente hoger dan de inflatie, dan wordt naast de geldontwaarding (een van de elementen van de rente) ook nog een extra rendement goedkoop kantoor huren amsterdam gemaakt. Is de nominale rente lager dan de inflatie dan maken we een negatief reëel rendement. 76 INVESTEREN IN VASTGOED, GROND EN GEBIEDEN 3.18 De waardecurve van een belegging We kunnen de tussentijdse waarde van een belegging, de DCF-waarde, berekenen door gebruik te maken van de vergelijking in het hoofdstuk over financiële rekenkunde. De resulterende DCF-waardecurve is, net als bij de DCF waardering, het uitvloeisel van onze eigen perceptie van de goedkoop kantoor huren schiphol toekomstige kasstromen en de rendementeis (r) die wij kiezen of de berekende IRR van de belegging. De DCF-waardecurve gebruiken we om onze aannamen te toetsen zoals de geïmpliceerde waardeontwikkeling en de geïmpliceerde ontwikkeling van het BAR. We kunnen ook de tussentijdse waarden vergelijken met voorziene marktwaarden en zo mogelijkheden tot verkoop bezien.

Sg geïndexeerde grondwaarde

In dit geval rest na 30 jaar alleen de met sg geïndexeerde grondwaarde. Deze methode veronderstelt dat huidige grondwaarde en opstalwaarde bekend zijn. Een gevoelige aanname bij deze methode is de parameter sg: de te verwachten stijging van de grondwaarde. Daarnaast moeten we de gevonden grondwaarde mogelijk nog verminderen met de kosten goedkoop kantoor huren groningen van sloop en bouwrijp maken. Berekening restwaarde: de waardeontwikkelingsmethode Deze methode passen we toe als een object in de loop der tijd zijn waarde behoudt of de waarde zal stijgen of eventueel zal dalen. Deze methode goedkoop kantoor huren leeuwarden passen we vooral toe bij huurwoningen. Als restwaarde voor huurwoningen nemen we de marktwaarde: de waarde die de woning heeft als deze verkocht wordt. In de volgende vergelijking is de restwaarde (RWr) een functie van de huidige vrij op naam waarde (Wo) en een index voor de waardestijging (i). Ook hier corrigeren we de gevonden restwaarde met de transactiekosten (kopers kosten kk). Bij huurwoningen is Wo veelal de huidige VON-prijs. Berekening restwaarde: de huidige goedkoop kantoor huren amsterdam waarde methode Bij deze methode beschouwen we de huidige waarde k.k. per vierkante meter BVO (HW) van een vergelijkbaar object dat echter op het moment van beschouwing al een leeftijd heeft van t jaar. Die waarde nemen we als de restwaarde van het te waarderen object op dit moment en corrigeren die met een index (i). Het object waarvan we de restwaarde willen bepalen heeft een goedkoop kantoor huren schiphol oppervlak (BVO). De volgende vergelijking is de vergelijking voor de berekening van de restwaarde. RV\{ =HW.BVO.(I+ i)1 HOOFDSTUK 3 – VASTGOEDEXPLOITATIE: GEBRUIKEN EN BELEGGEN 59 Een getallenvoorbeeld kan deze methode verhelderen. Stel: we willen de restwaarde over 20 jaar bepalen. We vinden een vergelijkbaar object dat op dit moment 20 jaar oud is maar wel met andere afmetingen. We stellen vast dat de waarde per vierkante meter BVO van dit object 1 .000 is. Ons eigen object heeft een BVO van 5.000. De inflatie stellen we op 2,0% per jaar. We vinden de restwaarde van ons object door de getallen in de vergelijking in te voeren. R =HW.BVO.(l+ i)t :::::> RW20= l .OOOx5 .000x(l ,02)2°  7.430.000

De vergelijking voor de kritische termijn (KT)

De vergelijking voor de kritische termijn (KT) uitgedrukt in maanden is: KT = 12 1î – rd rk – rd Hierbij staat ri voor de rente op langlopend vermogen, rk voor de rente op kortlopende vermogen en rd voor de rente op deposito, anders gezegd de creditrente op positieve saldo’s. Stel dat de rente op kort geld (rk) 7% is, de rente op lang geld (ri) 5% en de creditrente (rd) 3% dan is de kritische termijn gelijk aan 6 maanden. 2.11 Terugverdienperiode Voor de goedkoop kantoor huren groningen beoordeling van het risico van een investering is het ook van belang te weten hoe lang het duurt tot de investering is terugverdiend. In het algemeen geldt: hoe eerder hoe beter. Hiervoor kan de terugverdienperiode (TVP) of pay-out dan wel pay-back period worden berekend. De terugverdienperiode is de tijdsduur, waarbinnen het bedrag van de investering is terugverdiend uit de netto opbrengsten van de investering. Er zijn twee berekeningsmogelijkheden afhankelijk van de definitie van de netto opbrengsten. De ene definitie gaat uit van de niet contant gemaakte netto kasstromen en de andere gaat uit van de contant gemaakte netto kasstromen. De goedkoop kantoor huren leeuwarden terugverdienperiode TVP is de periode waarvoor geldt dat de (contante waarde van) de netto kasstromen gelijk is aan (de contante waarde) van de investeringen zoals uitgedrukt in de eerstgenoemde vergelijking voor contante waarden en in de tweede vergelijking voor niet contante waarden. TVP CF CV\{nvesteringen = L -(l 1 ) t t=I + r TVP CW;nvesteringen = L CFt t=I Het Netto Aanvangsrendement goedkoop kantoor huren amsterdam (het quotiënt van de netto opbrengsten en de investeringen, NAR, zie hoofdstuk 3) is in feite een uitspraak over de terugverdienperiode. Een NAR van 10% impliceert een terugverdienperiode van 10 jaar voor een niet contant gemaakte nominaal gelijkblijvende kasstroom. 2.12 Verhoudingsgetallen, ratio’s . Veel berekeningen in vastgoed zijn gebaseerd op de verhouding tussen goedkoop kantoor huren schiphol twee getallen. Dergelijke verhoudingsgetallen zijn bijvoorbeeld het Bruto Aanvangsrendement (BAR), de bruto winstmarge en de grondquote. Deze verhoudingsgetallen komen in de volgende hoofdstukken uitvoeriger aan de orde. Verhoudingsgetallen worden, net als in de financiële wereld, gebruikt om verschillende projecten (of bedrijven) vergelijkbaar te maken. In de financiële wereld is bijvoorbeeld de koers/winst verhouding een belangrijke indicator. Vooruitlopend op de komende hoofdstukken geven we hier de, vereenvoudigde, vergelijkingen voor het BAR, de winstmarge en de grondquote.

Vastgoedprojecten hebben een lange voorbereidingstijd

Vastgoedprojecten hebben een lange voorbereidingstijd en een lange gebruiksduur. In vastgoedrekenen is tijd daarom een belangrijke factor. Als tweede factor zijn de kasstromen van belang. Kasstromen zijn werkelijke geldstromen in de vorm van investeringen, inkomsten, uitgaven en desinvesteringen. Investeringen gaan gepaard met de derde factor: rente. Zoals de huur de prijs is voor het beschikbaar stellen van huisvesting, zo is rente de prijs voor het beschikbaar stellen van geld. Als dat geld voor langere tijd beschikbaar wordt gesteld is dat geld onderhevig aan geldontwaarding en kan het niet worden gebruikt voor andere doeleinden. Daarnaast loopt de geldverstrekker risico dat hij het geld geheel of gedeeltelijk verliest. Bij het vaststellen van de rente wordt met deze zaken impliciet rekening gehouden. En omdat deze zaken van situatie tot situatie verschillen, verschillen de renteniveaus ook van situatie tot situatie. Bij de bepaling van de rente zal daarom in de meeste gevallen rekening worden gehouden met een vergoeding voor de HOOFDSTUK 2 – FINANCIËLE EN VASTGOEDREKENKUNDE 23 inflatie, de duur van beschikbaarstelling en het goedkoop kantoor huren groningen risico. De duur van beschikbaarstelling van het geld is van belang voor de tijdswaarde van geld. De tijdswaarde komt voort uit het feit dat een investeerder de voorkeur geeft aan het ontvangen van een bepaald bedrag nu boven het ontvangen van hetzelfde bedrag in de toekomst. De risicovrije rentevoet is de vergoeding voor inflatie en tijdsvoorkeur. Voor de risicovrije rentevoet wordt meestal goedkoop kantoor huren leeuwarden de rente op een ‘goudgerande’ risicovrije lening genomen zoals een staatslening. Een derde component van de rente is een compensatie voor risico: de mogelijkheid dat een investering niet rendeert zoals verwacht. Vastgoedrekenkunde heeft mede tot doel verschillende kasstromen tot vergelijkbare grootheden terug te brengen door te corrigeren voor tijd en rente om zo of (investerings)beslissingen financieel te kunnen onderbouwen of de financiële consequenties van goedkoop kantoor huren amsterdam beslissingen inzichtelijk te maken en te waarderen. Daarnaast zijn vastgoedberekeningen vaak gebaseerd op financiële ratio’s, verhoudingsgetallen. Voorbeelden van dergelijk ratio’s zijn het Bruto Aanvangsrendement (BAR) en de Return On Investment (ROI). Ratio’s worden gebruikt om binnen de diversiteit van vastgoed goedkoop kantoor huren schiphol (geen gebouw is hetzelfde) toch vergelijkingen op basis van vergelijkbare getallen te kunnen maken. In dit hoofdstuk wordt de kern van financiële- en vastgoedrekenkunde uiteengezet. Als we begrippen introduceren zullen we naast de Nederlandse ook zoveel mogelijk de Engelse termen en afkortingen noemen.

MeerfarenPlanning (MJP)

MeerfarenPlanning (MJP) In de MJP-module worden alle initiële en – eventueel – vervolguitgaven vastgelegd, die betrekking hebben op het te realiseren project. Er kan onderscheid worden gemaakt naar de wijze van financiering, bedrijf, kostenplaats, urgentie, enz. De MJP-module geeft het planteam een duidelijk overzicht over alle geprognosticeerde uitgaven, voortkomend uit het te realiseren project. Naarmate het project zich verder ontwikkelt is het mogelijk steeds gedetailleerder te calculeren, zonder dat eerder gebruikte informatie verloren gaat. Op elk tijdstip is het mogelijk een kostenanalyse (plananalyse) uit te voeren. Financiële MeerjarenPrognose (FMP) Voor het maken van een exploitatieprognose gebruikt men de module FMP. Voor het maken van een keus uit meerdere (her)ontwikkelingsscenario’s is het absoluut noodzakelijk om de financiële consequenties voor de langere termijn in beeld te brengen. Daarin zijn inbegrepen het maken van exploitatieprognoses, verlies- en winstrekeningen, balansen, overzicht van goedkoop kantoor huren groningen kengetallen, staat van inkomsten en uitgaven en liquiditeitsprognoses. Procesbewaking Jaarplan (PJP) Om met name omvangrijke (her)ontwikkelingswerken gedurende de bouwvoorbereiding en de uitvoering op kosten, tijd en kwaliteit te kunnen beheersen, is het noodzakelijk tussentijds de voortgang van het werk goedkoop kantoor huren leeuwarden te bewaken. Met de PJP-module kunnen budgetoverzichten, financieringsoverzichten en planningsoverzichten worden gegenereerd. Ook biedt deze module hulp bij de kostenbewaking en is er de mogelijkheid tot nacalculatie. Kennismanagement: !BV-bronbestand Het IBV-bronbestand is een database in het goedkoop kantoor huren amsterdam softwareprogramma IBV, die voortdurend wordt aangevuld met praktijkervaring en het beheer van vastgoed, onderzoek en opleiding mede ondersteunt. Het resultaat is een actueel expertsysteem dat PVM in staat stelt tot datamining en kennismanagement. Opzet en achtergronden Het IBV-bronbestand is een databestand. Hier vindt de vastgoedmanager een bibliotheek aan gegevens, die hem ondersteunen en in staat stellen tot het opbouwen en onderhouden van vastgoedinformatie die essentieel is voor de besluitvorming. Door dit bronbestand is de vastgoedmanager in staat goedkoop kantoor huren schiphol sneller betere vastgoedinformatie te genereren. De bestanden worden regelmatig aan de IBV-gebruikers voorgelegd om de praktijkwaarde te vergroten. Het is mogelijk de bestanden geautomatiseerd – deels of geheel – in de eigen bestanden van het softwareprogramma IBV op te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met het reeds bestaande bronbestand.

Methode voor projectmanagement

Literatuur A. van den Akker, Prince2, methode voor projectmanagement, 2006 I. Ansoff en E. McDonnell, Implanting Strategie Management, 1 990 C.A.J. van Beukering, Post-HTO-cursus Vastgoedmanagement, Syllabus Bedrijfshuisvesting, Partners in Vastgoed Management ( PVM) Eindhoven, 2004 C.A.J. van Beukering, Post-HTO-cursus Vastgoedmanagement, Syllabus Strategisch vastgoedmanagement, Partners in Vastgoed Management (PVM) Eindhoven, 20 10 C.A.J. van Beukering, Post-HTO-cursus Vastgoedmanagement, Syllabus Tactisch vastgoedmanagement, Partners in Vastgoed Management (PVM) Eindhoven, 20 10 C.A.J. van Beukering, Vastgoedontwikkeling. Het beste vastgoed realiseren, Sdu, 2008 C.A.J. van Beukering, M.M.H.M. Donkers en G. Hieminga, Post-HTO-cursus Vastgoedmanagement, Syllabus Nationale vastgoedmarkt, Partners in Vastgoed goedkoop kantoor huren groningen Management ( PVM) Eindhoven, 20 10 C.A.J. van Beukering, M.M.H.M. Donkers en F. Oevering, Vastgoed, Markt en Ruimte, Sdu, te verschijnen in 20 10 C.A.J. van Beukering e n G . Hieminga, Post-HTO-cursus Vastgoedmanagement, Syllabus Financiële aspecten van vastgoed, Partners in Vastgoed Management ( PVM) Eindhoven, 2010 C.A.J. van Beukering e n J . Huijzer, Post-HTO-cursus Vastgoedmanagement, Syllabus goedkoop kantoor huren leeuwarden Operationeel vastgoedmanagement, Partners in Vastgoed Management (PVM) Eindhoven, 2006 C.A.J. van Beukering en B. van Rijn, Syllabus Risico en rendement met betrekking tot vastgoed, Partners in Vastgoed Management ( PVM) Eindhoven, 2008 C.A.J. van Beukering en H. Tempelmans Plat, ‘Dynamisch onderhoud plannen met kengetallen’, Misset Bouw, Beheer en Onderhoud, nr. 224, december 1 993 H. Boissevain, Bouwen aan rendement. Vastgoed binnen de beleggingsportefeuille, Het Financieele Dagblad, 2002 P. de Chauvigny de Blot, Business spiritualiteit, 2008 G. Dewulf, P.J.J.M. Krumm en H. de Jonge, Successful Corporate Real Estate Strategies, Arko Publishers, 2000 P. Dogge, Van woningverhuurder naar Aanbieder van Woongenot, Bouwstenen nr. 71, TU Eindhoven, 2002 A. van Driel, Rendementsoptimalisatie goedkoop kantoor huren amsterdam door dynamisch vastgoedmanagement, 1 998 H. Ferwerda, R. Staring en E. de Vries Robbé, Malafide praktijken in de vastgoedsector, een exploratief onderzoek naar aard, actoren en aanpak, 2007 W. ten Haaf, Denken in goedkoop kantoor huren schiphol Systemen en Processen, syllabus voor de Post-HTO-cursus Vastgoedmanagement, module 2, jaargang 2003-2004 (vastgoedmanagementmodel naar P.Ch.A. Maloteaux)