Absolute afwijking

De sommatie hiervan staat eveneens in de laatste kolom onder ‘som’. In rij D is de som van de kwadratische afwijkingen 412. Deze som gedeeld door het aantal metingen (16) is de gemiddelde absolute afwijking van de vergaderruimte huren groningen werkelijkheid ten opzichte van de voorspelling. Deze gemiddelde kwadratische voorspelafwijking is in rij D gelijk aan 412/16 = 25,8. Men noemt deze methode ook wel de mean square error (MSE). Voor de verschillende methoden zijn MAD en de MSE berekend. Het blijkt dat de MAD van B, E en H gelijk is aan 4,1, 3,9 en 4,2. Voor de MSE zijn de waarden achtereenvolgens voor B, E en H gelijk aan 25,8, 21,6 en 25, 7. In ons vergaderruimte huren leeuwarden voorbeeld geeft de methode met drie waarnemingen de geringste afwijkingen, en zal deze daardoor de werkelijkheid het beste benaderen. De methoden met twee en drie waarnemingen hebben we ook grafisch weergegeven in figuur 4.15. De rode lijn vertegenwoordigt de meetwaarden. De o-tekens geven de methode met twee waarnemingen weer, de +-tekens de methode met drie waarnemingen. Voor de overzichtelijkheid is de methode met vier waarnemingen achterwege gelaten.
14 15 16 17 18 19 20 Periode • = Meetwaarden vergaderruimte huren amsterdam (zie A uit figuur 4.14) o = Gemiddelde over twee getallen (zie B uit figuur 4.14) • = Gemiddelde over drie getallen (zie E uit figuur 4.14)
Ad 2 Het gewogen voortschrijdend gemiddelde Het gewogen voortschrijdend gemiddelde is van toepassing indien men aan de laatste waarneming een hager belang wil toekennen. In ons voorbeeld van figuur 4.14 is gekozen voor het driemaal meetellen van de laatste
waarneming, tweemaal de voorlaatste vergaderruimte huren schiphol en eenmaal de daarvoor gemeten waarde. De uitkomsten zijn weergegeven in rij Kvan figuur 4.14. In formulevorm luidt de voorspelling voor de dertiende periode:
K13= (1XAIO+2 X All + 3 X A,2)/6= = (1X95 + 2 X 88 + 3 X 80)/6 = 511/6 = 85,2 Ook hier zijn weer de MAD en MSE berekend vanaf de vijfde voorspelling. Dat gaat dus over 16 meetwaarden. De MAD en MSE zijn achtereenvolgens 4,0 en 22, 7. Dat houdt in dat de voorspellingen in dit geval bijna even nauwkeurig zijn als bij het voortschrijdende gemiddelde. Dit is geen algemeen geldende regel. Voor elke reeks meetwaarden zal nagegaan moeten worden waar de minste afwijkingen zieh voordoen. De uitwerking van het gewogen voortschrijdend gemiddelde is te zien in figuur 4.16.