De impairment-toets

De realiseerbare waarde is de hoogte van de directe opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde. Op basis van deze impairment-toets wordt een eventueel boekwaardeprobleem zichtbaar. Deze lagere waarde moet dan in de jaarrekening als verlies worden genomen. De keuze om vastgoed tegen historische kostprijs te waarderen betekent automatisch dat regelmatig een impairment-toets moet plaatsvinden. Korte toelichting van de hiervoor gebruikte definities: – historische kostprijs: verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs; – actuele waarde: vervangingswaarde, bedrijfswaarde of opbrengstwaarde; – bedrijfswaarde: het bedrag dat resulteert als constante waarde van de nettokasstromen inclusief de restwaarde. Dit wordt ook wel de indirecte opbrengstwaarde of value of use genoemd. Zie hoofdstuk 7.5.1 voor de berekeningsmethode Discounted Cashflows (DCF). Het berekenen van de bedrijfswaarde is niet eenvoudig. Ziekenhuizen worstelen bijvoorbeeld in de jaarverslaggeving altijd met hun vastgoed en de bedrijfswaardetoets houdt de gemoederen bezig sinds de invoering van de WTZi. Voorheen werden kapitaalslasten bedrijfsruimte te huur in groningen afzonderlijk bekostigd en was geen sprake van boekwaarderisico’s. Nu is het zaak om de kapitaalslasten terug te verdienen uit de integrale tarieven voor de Diagnose Behandeling Combinaties (DBC’s). De integrale tarieven gelden nog niet voor alle zorgproducten, de tarieven staan nog niet vast en ook de compensatie voor de bekostigingswijziging op grond van de hardheidsclausule van de Zorgautoriteit is nog bedrijfsruimte huren in leeuwarden onduidelijk. Mede daarom is soms onzeker of de boekwaarde kan worden terugverdiend. Het is echter wel mogelijk enig gevoel van richting te ontwikkelen. Als de realiseerbare waarde lager is dan de boekwaarde, dan zou een duurzame waardevermindering moeten worden geboekt. Het is belangrijk om tijdig inzicht te krijgen in deze problematiek 7.5.3 Beschikbaar versus benodigd budget Het meerjarenbeheerplan wordt op rendement getoetst. Op basis van het toetsingsresultaat kunnen besluiten worden genomen ten aanzien van de haalbaarheid van het kantoorruimte huren in amsterdam meerjarenbeheerplan. Voldoet het meerjarenbeheerplan niet aan de rendementsdoelstelling dan zal bijsturing moeten plaatsvinden. In kwalitatieve en kwantitatieve zin zullen de eisen zoals verwoord in het Programma van Eisen voor Instandhouding (PvE-1) op basis waarvan het meerjarenbeheerplan is opgesteld naar beneden moeten worden bijgesteld. Indien het geprognostiseerde rendement hoger is dan minimaal gewenst kunnen de eisen worden opgeschroefd. Dit bedrijfsruimte te huur op schiphol proces is in figuur 7-27 weergegeven. Voldoet het meerjarenbeheerplan aan de rendementseis, dan is hiermee het taakstellende budget voor uitvoering bepaald. Het zal geen nadere toelichting behoeven wanneer gesteld wordt dat de exploitatierisico’s toenemen op het moment dat de kwaliteit naar beneden wordt bijgesteld. Risico’s moeten worden ingeschat naar het risico-effect 270 PROGRAMMERINGSVLAK/TACTISCH NIVEAU 7.5.3 en risicogevolg. Voor het inschatten van het risico wordt voor het onderhoud van vastgoed gebruik gemaakt van risico-inventarisatiematrix. Uit die risico-inventarisatiematrix is de risico-inventarisatie (RI) af te lezen met daaraan gekoppeld de onderhoudsprioriteit (PR); zie hiervoor ook Risico-inventarisatie in hoofdstuk 7.3.3.