De indiener van de aanvraag

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De aanhouding duurt niet eindeloos (art. 50 lid 2 Wonw). De indiener van de aanvraag mag er bijvoorbeeld niet onder lijden dat burgemeester en wethouders geen ontwerp van winkel huren groningen het bestemmingsplan ter inzage leggen. Bepaald is dat de aanhouding duurt totdat het voorbereidingsbesluit is vervallen (art. 50 lid 2 onder a). Het voorbereidingsbesluit vervalt indien niet binnen een jaar na de datum van inwerkingtreding daarvan een ontwerp voor een bestemmingsplan ter inzage is gelegd (art. 3.7 lid 5 Wro). Het voorbereidingsbesluit blijft dus in werking als het ontwerp van het bestemmingsplan tijdig ter in
268 6 Woningwet: nieuwbouw
zage is gelegd. Op het winkel huren leeuwarden tijdstip waarop het bestemmingsplan ter voorbereiding waarvan het voorbereidingsbesluit is genomen, in werking treedt, heeft het voorbereidingsbesluit geen zin meer: dan vervalt het volgens art. 3.7 lid 5 Wro.
Ook de vervolgstappen van het voorbereiden van het bestemmingsplan moeten tijdig worden gezet: de aanhouding vervalt als de termijn voor vaststelling of bekendmaking van het bestemmingsplan is overschreden (art. 50 lid 2 onder b en c Wonw). Het is mogelijk dat het bestemmingsplan in beroep wordt vernietigd en daardoor niet in werking treedt. De gemeenteraad moet dan zijn vaststelling van het bestemmingsplan ‘over’ doen. Zou bij dat besluit opnieuw een bestemmingsplan worden vastgesteld dat voor vernietiging in aanmerking komt, dan zou de aanhouding voortduren. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State maakt echter onderscheid tussen bestemmingsplannen als ‘reparatiebesluiten’ en andere winkel huren amsterdam bestemmingsplannen en voorkomt aldus dit probleem.
• Voorbeeld De gemeenteraad van Meijel had na een onthouding van goedkeuring op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening een bestemmingsplan in procedure gebracht dat in strijd met de strekking van een niet-goedkeuringsbesluit een algeheel bouwverbod voor een perceel bevatte. Dat plan kwam derhalve evenmin voor goedkeuring in aanmerking, waardoor de aanhouding van een bouwvergunning voortduurde. Vervolgens stelde de gemeenteraad een nieuw, meeromvattend bestemmingsplan vast voor een groter gebied, waardoor op hetzelfde winkel huren schiphol perceel ook geen bouwmogelijkheden ontstonden. De Afdeling besliste dat het meeromvattende bestemmingsplan niet als een reparatieplan als bedoeld in art. 30 WRO en 50 lid 3 Wonw beschouwd mocht worden. Daardoor was de maximale aanhoudingstermijn verstreken en moest de bouwvergunning verleend worden. (ABRvS 9 juni 1997, AB 1997/ 324)