Een aantal technieken

Achtergrond In het eerste hoofdstuk van dit boek zijn een aantal technieken en benaderingen beschreven die betrekking hebben op het financieel rekenen aan vastgoedvraagstukken. In dit flexplek huren groningen vraagstuk worden een aantal van die technieken behandeld. De behandeling is eenvoudig en losgekoppeld van een concrete situatie. Sommige vragen zijn relatief eenvoudig, andere vragen wat meer beheersing van details van de techniek. De bedoeling van dit vraagstuk is dat u inzicht kan verwerven, hetzij door te oefenen, hetzij door de uitwerking te bestuderen, in een aantal technieken. Vragen A Gegeven zijn een belegging met de volgende kasstromen: – Kasstromen jaar 1 t/m 3: € 1 .000 per jaar – Kasstromen jaar 4 t/m 5: € 1 . 500 per jaar – Rendementseis: 7,0% – Periode 5 jaar – Kasstromen vallen aan het einde van een jaar. Al Zet de kasstromen uit. Bereken de contante waarde van flexplek huren leeuwarden elke afzonderlijke kasstroom. Bereken de netto contante waarde van de kasstromen. A2 Zet het bankboekje van deze belegging uit. Bereken de eindwaarde van deze belegging eind jaar 5. Bereken de contante waarde van deze eindwaarde. Controleer of deze contante waarde gelijk is aan de onder Al berekende netto contante waarde. A3 De bovengenoemde kasstromen worden jaarlijks geïndexeerd met 2,0% te beginnen met de kasstroom uit jaar 2. Wat is nu de netto contante waarde? B U stort gedurende 5 jaar elk jaar € 500 op een spaarrekening. De rente op uw spaargeld is 5%. De storting doet u aan het begin van elk jaar. HOOFDSTUK 7 – VRAAGSTUKKEN 189 Bl Zet het flexplek huren amsterdam verloop van het saldo over de jaren uit. Wat is het saldo op uw bankboekje aan het einde van het 5de jaar? Wat is de netto contante waarde van uw stortingen? Ga er vanuit dat u de berekende contante waarde in één keer op een spaarrekening met dezelfde voorwaarden stort. Zet het verloop van het saldo op deze rekening uit. Controleer of het eindsaldo hetzelfde is als het eerder berekende eindsaldo bij jaarlijkse stortingen. B2 De bank schrijft aan het eind van elk kwartaal rente op het saldo bij. De bank gebruikt hiervoor een rente gelijk aan de jaarrente gedeeld door 4. Zet de kasstroom flexplek huren schiphol en het saldoverloop uit. Wat is nu het eindsaldo? Wijkt dit saldo af van het bij Bl berekende saldo? Zo ja, waarom? B3 Welke kwartaalrente moet de bank hanteren om per jaar op 5 % te komen? Zet de kasstromen en het saldoverloop bij deze rente uit. Wat is nu het eindsaldo?