Het inkaderen van uitkomsten

Het inkaderen van uitkomsten Riskante vooruitzichten worden gekenmerkt door hun mogelijke uitkomsten en door de waarschijnlijkheid van deze uitkomsten. Eenzelfde optie kan echter op verschillende manieren worden ingekaderd of beschreven (Tversky en Kahneman, 1981). De mogelijke uitkomsten van een gok kunnen bijvoorbeeld ofwel flexplek huren groningen geformuleerd worden als verlies of winst in vergelijking met de status-quo, ofwel als bezitsposities die aanvankelijke rijkdom belichamen. Invariantie vereist dat zulke veranderingen in de beschrijving van uitkomsten geen verandering brengen in de rangorde van voorkeur. De volgende twee problemen illustreren een schending van deze eis. Het totale aantal flexplek huren leeuwarden respondenten bij elk probleem is aangeduid met N en het percentage respondenten dat elke optie koos is, tussen haakjes weergegeven.
Probleem 1 (N = 152): stel je voor dat de VS zich voorbereidt op de uitbraak van een zeldzame Aziatische ziekte, waarvan verwacht wordt dat deze aan 600 mensen het leven zal kosten. Voor de bestrijding van deze ziekte zijn twee alternatieve programma’s voorgesteld. Neem aan dat de gevolgen van de programma’s op grond van precieze wetenschappelijke schattingen de volgende zijn: • Als programma A wordt aangenomen, zullen 200 mensen gered worden (72 procent). • Als programma B wordt aangenomen, is er een kans van een derde dat 200 mensen gered zullen worden en een kans van twee derde dat niemand gered zal worden (28 procent).
Naar welk van de twee programma’s zou uw voorkeur uitgaan? De formulering van probleem 1 gaat als referentiepunt impliciet uit van een stand van zaken waarbij de ziekte zijn tol van 600 levens mag opeisen. De uitkomsten van de programma’s flexplek huren amsterdam vermelden de referentietoestand en twee mogelijke winsten, aan de hand van het aantal geredde levens. Zoals verwacht waren de voorkeuren afkerig van risico: een duidelijke meerderheid van respondenten geeft voorkeur aan het met zekerheid redden van 200 levens boven een gok die een derde kans oplevert om 600 levens te redden. Kijk nu naar een ander probleem waarin dezelfde inleidende tekst wordt gevolgd door een andere beschrijving van de vooruitzichten in verband met de twee programma’s:
Probleem 2 (N = 155): • Als programma C wordt aangenomen, zullen 400 mensen sterven (22 procent). • Als programma D wordt aangenomen, is er een kans van een derde dat niemand zal sterven en een kans van twee derde dat 600 mensen zullen sterven (78 procent).
Het is gemakkelijk vast te stellen dat de opties C en D in probleem 2 in reële termen niet te onderscheiden zijn van de respectievelijke opties A en B in probleem r. De tweede versie gaat echter uit van een referentietoestand waarin niemand aan de ziekte sterft. De beste uitkomst is het in stand houden van deze toestand en de alternatieven zijn verliezen: het aantal mensen dat aan de ziekte zal overlijden. Van mensen die opties in deze termen beoordelen, wordt verwacht dat ze flexplek huren schiphol een risicozoekende voorkeur zullen tonen voor de gok (optie D) boven het zekere verlies van 400 levens. Er wordt zelfs in sterkere mate naar risico gezocht in de tweede versie van het probleem dan er een afkeer van risico optreedt in de eerste versie.