Het technische systeem

Technologie Het technische systeem dat vereist is voor de productie van de goederen en diensten in de organisatie bepaalt in belangrijke mate het ontwerp van die organisatie (Mintzberg, 2001, p. 1 34). Van de zestien ontwerphypothesen in de theorie van Mintzberg hebben er drie – hypothesen 6, 7 en 8 – betrekking op het technische systeem: 1. hoe meer het technische systeem het proces bepaalt, des te bureaucratischer is de organisatie. Een sterk regulerend technisch systeem leidt ertoe dat de taken van mensen worden opgesplitst in eenvoudige gespecialiseerde taken zonder veel handelingsvrijheid. Lees: de lopende band dicteert alles. Hierdoor wordt het uitvoerende werk meer routinematig en voorspelbaar, zodat het makkelijker goedkoop kantoor huren groningen kan worden gespecialiseerd en geformaliseerd. De technische processen bepalen voor een groot deel de structuur van het bedrijfsgebouw; 2. hoe complexer het technische systeem, des te meer structuur. Als het technische systeem moeilijk te begrijpen is leidt dit tot een grotere ondersteunende staf, meer professioneel goedkoop kantoor huren leeuwarden werk en meer decentralisatie. En dit betekent kantoorruimte rondom het primaire proces; 3. volledige automatisering van het operationele proces leidt tot een organische structuur in plaats van een bureaucratische structuur. Chemische processen zijn vaak volledig geautomatiseerd. Het toezicht op deze processen vergt professionalisme. Mensen moeten de bevoegdheid hebben om bij goedkoop kantoor huren amsterdam een storing naar eigen inzicht direct in te kunnen grijpen. Dit laat zich niet in formele regels vastleggen. Mobach en Rogier wijzen hierbij op een theorie van Thompson om de relatie tussen technologie, de organisatievorm en het bedrijfsgebouw te beschrijven. Volgens die theorie zijn er drie typen afhankelijkheden tussen werkzaamheden in productieprocessen: 1. ‘pooled’ werkzaamheden goedkoop kantoor huren schiphol in het productieproces. De afdelingen A, B en C maken gebruik van dezelfde bronnen in de organisatie, maar werken onafhankelijk van elkaar; 2. ‘sequentia!’ staat voor volgordeafhankelijkheid. Afdeling A levert iets aan B die vervolgens iets aan C levert; 3. ‘reciprocal’. De output van afdeling A vormt de input voor afdeling B, terwijl een deel van de output van B ook een deel van de input van A levert. In de meest complexe organisaties zijn alle drie de typen aanwezig.