Privaatrechtelijk handelen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Privaatrechtelijk handelen door de overheid in strijd met het Bouwbesluit Art. 122 Wonw bepaalt dat de gemeente geen rechtshandeling naar burgerlijk recht mag verrichten ten aanzien van onderwerpen waarin het Bouwbesluit 2003 en hoofdstuk IV Wonw voorziet. Aldus winkel huren groningen moet worden voorkomen dat via privaatrechtelijke weg de beoogde rechtseenheid op het technische vlak wordt doorkruist door privaatrechtelijke regelingen. Vooral als gemeenten een monopoliepositie hebben verworven bij de gronduitgifte, kan het gevaar ontstaan dat gemeenten privaatrechtelijk willen regelen wat publiekrechtelijk niet kan.
• Voorbeeld De gemeente Uithoorn had in gronduitgiftevoorwaarden opgenomen dat geen tropisch hardhout mocht winkel huren leeuwarden worden gebruikt. Toen deze voorwaarde werd overtreden door het aanbrengen van hardhouten kozijnen, vorderde de gemeente verwijdering. De president van de Rechtbank van Amsterdam moest oordelen over de zaak. In zijn vonnis zei hij dat uitgangspunt bij de beoordeling was dat de overheid binnen bepaalde, in wetgeving en jurisprudentie aangegeven grenzen, haar publieke taak met privaatrechtelijke middelen kan uitoefenen. Uithoorn handelde in deze in strijd met art. 122 Wonw. De president sloot zich aan bij de mening van de minister, die in een circulaire een ruime uitleg had gegeven aan het begrip ‘technisch voorschrift’ uit art. 2 Wonw, waarnaar art. 122 Wonw verwijst. Een gemeente mag volgens de minister geen bedingen in een koopovereenkomst opnemen die zijn aan te merken als een technisch voorschrift, zoals ten aanzien van de toepassing van bouwmaterialen en bouwonderdelen. Verder stelde de president dat de regering ook in de toekomst winkel huren amsterdam het beleid inzake het gebruik van tropisch hardhout niet publiekrechtelijk wilde gaan regelen en ook dat de burgers ongelijk behandeld werden omdat alleen zij die grond van de gemeente kopen, aan het verbod gebonden zijn. Mede omdat dit in strijd
250 6 Woningwet: nieuwbouw
was met het gelijkheidsbeginsel en omdat er sprake was van een beding tussen een uit een monopoliepositie handelend overheidslichaam en een particulier, moest vooralsnog worden aangenomen dat het door de gemeente gebruikte tropischhardhoutverbod onredelijk bezwarend was en derhalve vernietigbaar op grond van art. 6:233a BW (Pres. Rb. Amsterdam 24 november 1994, nr. 94/2646 GR, BR 1995, blz. 131 ). De huidige Woningwet geeft echter aan het Bouwbesluit mede een milieugrondslag, waardoor gemeenten meer mogelijkheden hebben. Gedacht kan worden aan het sluiten van overeenkomsten tussen overheid en verenigde bouwers en projectontwikkelaars, die tussen partijen op gelijkwaardige wijze tot stand komen, met als doel bouwen milieuvriendelijk te laten plaatsvinden.
AMvB op grond van art. 120 Woningwet Art. 44 lid 1 onder a Wonw bevat naast de weigeringsgrond dat winkel huren schiphol het aannemelijk is dat in strijd met het Bouwbesluit 2003 zou worden gebouwd dezelfde weigeringsgrond ten aanzien van bouwen in strijd met een AMvB op grond van art. 120 Wonw. Art. 120 Wonw luidt:
‘Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven met het oog op de nakoming van voor Nederland verbindende internationale verplichtingen die betrekking hebben op of samenhangen met onderwerpen waarin bij of krachtens deze wet is voorzien.’